Introductie
Nieuw! De Academie zoekt haar grenzen op!
Het motto voor deze inleiding lijkt verdacht veel op een reclameslogan: Nieuw! Wast nu nog witter! Die associatie klopt feitelijk ook wel, want de analogie tussen deze ‘soundbite’ en een reclameslogan gaat inderdaad tot op zekere hoogte op. Immers, net als bij de meeste reclameslogans geldt ook voor de vernieuwing van de Academie dat die eigenlijk vrij beperkt van omvang is. Onder die vernieuwing ligt het stabiele fundament van wat er al was, van continuïteit. En dat is maar goed ook: het nieuwe is pas echt interessant en relevant in verhouding tot het bestaande.
Wat is er dan gebleven?
Gebleven is de worteling in en intieme verhouding tot de beroepspraktijk. Hiermee onderscheiden de Academies van Bouwkunst zich van de Bouwkundefaculteiten aan de technische universiteiten. Immers, juist het feit dat het ontwerpopleidingen zijn waarbij het werken in een reguliere beroepspraktijk gecombineerd wordt met het studeren binnen de muren van de Academie, maakt de opleidingen aan de Academie van Bouwkunst tot een uniek opleidingstraject tot architect of stedenbouwkundige.
Gebleven is ook de grote keuzevrijheid voor en focus op zelfsturing van de eigen ontwikkeling van de student. Dit krijgt in de eerste plaats gestalte middels de horizontale organisatie van de eerste drie jaar van het studiedeel: studenten in verschillende stadia van hun opleiding kiezen die onderwijsonderdelen die bij hun ontwikkeling passen, volgen samen met elkaar onderwijs en leren tegelijkertijd van elkaar. Met een dergelijke leeromgeving, die gelijkenis vertoont met het functioneren van de beroepspraktijk, onderscheidt de Rotterdamse Academie van Bouwkunst zich van de andere Academies.
En natuurlijk is ook de nadruk op het ontwerpvakmanschap gebleven. Aan de basis van de masteropleidingen tot architect en stedenbouwkundige staat het ontwikkelen van de ruimtelijke ontwerpvaardigheden die de basiscompetenties zijn en blijven van het beroep van architect en stedenbouwkundige.
Wat is nieuw?
Nieuw, of in ieder geval stevig aangescherpt, is de nadruk op de overlap tussen architectuur, stedenbouw en de aangrenzende vakgebieden. Het gaat dan om de overlap tussen architectuur en stedenbouw, maar ook om de overlappen tussen deze beide disciplines en andere ontwerpende vakgebieden als interieurarchitectuur, ontwerpen van infrastructuur en landschapsarchitectuur. Deze vernieuwing is het directe gevolg van het besef dat de stelselmatige vervaging van de grenzen tussen architectuur, stedenbouw en de aangrenzende disciplines het noodzakelijk maakt dat architecten en stedenbouwkundigen over een stevige dosis basiskennis van en inzicht in die nabije vakgebieden beschikken.
Nieuw is ook de nadruk op het ontwikkelen van een sturend bewustzijn van de maatschappelijke en ruimtelijke context en consequenties van het ontwerpend handelen. Deze vernieuwing komt voort uit het besef dat de hedendaagse geïndividualiseerde samenleving en haar mondige burgers architecten en stedenbouwkundigen – terecht – ondervragen op het maatschappelijk en ruimtelijk effect van hun ontwerpen en ontwerpinterventies.
Nieuw is eveneens de plaats waar de Academie gehuisvest is. Vanaf studiejaar 2009-2010 zal de Academie zich nestelen in het voormalig hoofdkantoor van de RDM op Heijplaat. De kolonisatie van deze stedelijke schemerzone geeft de Academie de mogelijkheid het laboratoriumkarakter van het studiedeel substantieel op te voeren. De daarmee te creëren professionele vorm van ‘afstandelijke betrokkenheid’ maakt de Academie nog meer tot een plaats voor een kritische reflectie op de stedelijke en professionele werkelijkheid.
Nieuw is tenslotte ook de studiegids. Deze is niet zoals voorheen te downloaden als pdf van de website en deels vastgelegd in een ‘glossy’ prospectus. In plaats daarvan is het formeel noodzakelijke deel (de Onderwijs- en examenregeling) te downloaden en is de studiegids in zijn volle rijkdom ontsloten via deze (vernieuwde) website. Daarnaast zijn de inhoudelijke hoofdlijnen van het onderwijsprogramma te raadplegen via een (ook al nieuwe, maar op ons rijke verleden geïnspireerde) ‘programmatabloid’.
Kortom
De vier ‘nieuwe’ ingrediënten van de Academiecocktail kennen een opvallende overeenkomst: alle vier gaan ze over het opzoeken van grenzen. De grenzen van de ontwerpende discipline, van de beroepspraktijk, van wat voorheen bekend stond als stad en van de traditionele communicatiemedia. Vandaar het motto aan het begin. Nieuw! De Academie zoekt haar grenzen op!
